Artikel Zorg & support

Crisis in de jeugdhulp vraagt niet om een noodverbandje

vervangende toestemming
vervangende toestemming

Wat vraagt het aan (boven)regionale samenwerking om crisis te kunnen voorkomen en de hulp voor jeugdigen en gezinnen bij crisis te optimaliseren? Het afgelopen jaar zijn onze adviseurs Marije Cortenbach en Joris Bakker in de zeven Gelderse Jeugdhulpregio’s aan de slag gegaan om de praktijk van crisiszorg in de jeugdhulp te onderzoeken.

We weten op het moment dat er een ernstig auto ongeluk plaatsvindt, er een strak protocol in werking treedt. Er wordt gebeld naar 112, een eerste triage vindt plaats in de centrale meldkamer, hulpdiensten worden direct aangestuurd, de eerste hulpverlening wordt geboden, de situatie wordt genormaliseerd en er vindt afstemming plaats over het vervolg. Iedere betrokken discipline doet dit vanuit zijn eigen rol en weet waar zij zelf en de ander verantwoordelijk voor is. Nu is crisis in een gezin natuurlijk niet te vergelijken met een auto ongeluk maar dat er direct gehandeld en samengewerkt moet worden is evident. In de praktijk blijkt dat het niet vanzelfsprekend is dat de inzet van jeugdhulp bij crisis zo gestroomlijnd is georganiseerd.

In de Gelderse jeugdregio’s werd dit ook gesignaleerd en aangenomen dat er verschillende knelpunten zijn in de verschillende routes naar crisiszorg. Er werd aangenomen dat het ontbreekt aan overzicht en het zorglandschap te versnipperd is. Hierdoor stokt de in- en uitstroom in de crisiszorg en waren er signalen dat er te weinig verblijf is en de ambulante hulp onvoldoende effectief. De vraag die aan ons werd gesteld is welke (boven)regionale samenwerkingsafspraken zijn er nodig om de jeugdhulp bij (dreigende) crisis te kunnen optimaliseren?

In ons onderzoek zijn we aan de slag gegaan om de aannames te toetsen door eerst in beeld te brengen van hoe het nu is georganiseerd. Al gauw bleek dat een vergelijking tussen de zeven regio’s moeilijk te maken is. Iedere regio hanteert eigen definities en cijfers, zoals aantallen gezinnen die crisishulpverlening ontvangen waren in meer of mindere mate, of helemaal niet, aanwezig binnen de regio’s. Daarom is gekozen een onderzoek uit te voeren door middel van interviews en werksessies. Dit hebben we gedaan met betrokken stakeholders, zoals spoedeisende zorg, zorgaanbieders, veiligheidspartners, ervaringsdeskundigen, verwijzers en lokale teams.

Deze aanpak zorgde er voor dat vanuit verschillende perspectieven door verschillende stakeholders naar het vraagstuk werd gekeken. Want alleen al de vraag te stellen wat versta je onder crisis in een gezin? blijken een tal van definities naar voren te komen. Ook de vraag wie is aan zet en welke hulp is passend, zijn de uitkomsten verschillend. Dit liet zien wanneer er een diversiteit is aan routes en crisisinterventies het belemmerend werkt om tijdige de passende zorg te kunnen bieden. Dit maakt dat op de cruciale momenten, hulpverleners en verwijzers onnodig gaan zoeken naar de juiste weg in het zorglandschap om de hulpverlening te vinden die ook echt werkt. Zijpaadjes worden snel gevonden en men moet het hebben van de informele lijntjes tussen verwijzer en hulpverleners. Dit werkt de ene keer effectief, maar de andere keer kun je ook met het gezin voor een dichte deur komen te staan. Ook is gebleken dat je als hulpverlener of casusregisseur na de inzet van een crisisinterventie juist aan de bak moet en niet achterover kan leunen. Het maken van een plan om weer terug te keren naar de ‘normale situatie’ en vervolghulp in te zetten, werkt dan meest effectief; het ijzer moet je smeden op het moment dat het heet is. Maar het vraagt ook om de tijd te kunnen nemen om na te gaan wat werkt voor het gezin. De verklarende analyse biedt hiervoor een uitkomst. Het vraagt om stevige regie op de casus maar ook op het naleven van de gemaakte afspraken.

Het optimaliseren van crisiszorg is een inhoudelijk en een veranderkundig vraagstuk. Bij iedere situatie is er overeenstemming nodig tussen het gezin en de professionals over wat er nodig is. Tegelijk, om de zorg effectief in te kunnen zetten vraagt het om gedeelde uitgangspunten over wat we verstaan onder crisis en uniforme afspraken over het proces. Op de verschillende niveaus – lokaal, regionaal en bovenregionaal – vraagt dit om aandacht.

De komende periode wordt het onderzoek afgerond en onze aanbevelingen gepresenteerd aan de zeven jeugdregio’s. Benieuwd naar de uitkomsten? Op 13 februari organiseren we een expertsessie over dit thema waar we het gaan hebben over de werkende en belemmerende factoren rondom crisis.


Heb je naar aanleiding van dit artikel nog vragen? Neem contact met ons op. 

Decorative image

Lennart

Adviseur en vakgroepleider
Zorg & support

Decorative image

Joris

Adviseur en vakgroepleider
Zorg & support