Maatschappij
Minutentabel persoonlijke verzorging in het onderwijs

Een gemeente heeft ons advies gevraagd of het nodig is om een minutentabel voor persoonlijke verzorging in het onderwijs op te nemen in het afwegingskader tussen onderwijs en jeugdhulp.
Casus
De minutentabel persoonlijke verzorging is gebaseerd op voormalige AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) -indicaties. Deze wet is per 2015 vervallen en verdeeld onder de Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet en de Zorgverzekeringswet (Zvw). Hiermee werden gemeenten en zorgverzekeraars verantwoordelijk voor het regelen van bijzondere ziektekosten.
De gemeente is opzoek naar een onderbouwing uit huidige wet- en regelgeving dat het nodig is om een minutentabel te benoemen in het afwegingskader onderwijs en jeugdhulp. De gemeente vreest namelijk dat de minutentabel geen wettelijke norm is voor het passend onderwijs en dat het geen standaard is voor "gebruikelijke zorg” die scholen moeten leveren. De Wet passend onderwijs verplicht alleen ondersteuning die nodig is om onderwijs te kunnen volgen. De gemeente beargumenteert dat medische of verzorgende taken buiten de schoolverantwoordelijkheid vallen en worden beoordeeld op grond van de Jeugdwet, Wlz of Zvw. De tabel mag volgens de gemeente dus niet als vaste minutennorm worden gebruikt in de huidige schoolpraktijk. Ook stelt de gemeente dat er in de Wet passend onderwijs geen tijden of iets in die richting zijn genoemd en dat de financiering voor onderwijs gebaseerd is op de didactische behoeften van een kind en niet op de zorgbehoefte. De gemeente vraagt ons om advies over het wel of niet opnemen van een minutentabel voor persoonlijke verzorging in het onderwijs.
Ons advies
De verantwoordelijkheid die de gemeente heeft op grond van de Jeugdwet is gelijk aan de AWBZ. Dit volgt uit de wetsgeschiedenis. In paragraaf 5.4.2 van Verkenning afbakening jeugdhulpplicht,wordt dit uitgewerkt, inclusief een verwijzing naar de wetsgeschiedenis van de Jeugdwet. Concluderend (zie pagina 24):
“Gezien het voorgaande mag een conclusie dan ook zijn dat de wetgever niet van plan was om met de decentralisatie andere vormen van jeugdhulp bij gemeenten onder te brengen dan die al waren geregeld in de Zorgverzekeringswet (Zwv), Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en Wet op de Jeugdzorg (Wjz) vóór de decentralisatie. Als de Centrale Raad van Beroep (CRvB) op basis van de parlementaire geschiedenis concludeert dat de jeugdhulpplicht zich in het geval van dyslexiezorg niet uitstrekt tot wat eerder onder de Zorgverzekeringswet viel, is er geen reden om aan te nemen dat dit niet zou gelden voor andere vormen van jeugdhulp die voorheen onder de Zvw, AWBZ en de Wjz vielen. Dat zou inconsistent zijn.”
Uit de geschiedenis van de AWBZ blijkt dat inzet vanuit de AWBZ aanvullend is op de ondersteuning vanuit het onderwijs. Daarmee is er sprake van een voorliggendheid in de onderwijswetgeving. Zie bijvoorbeeld Indicatiestelling voor AWBZ-zorg tijdens onderwijs waarin dit is uitgewerkt (zie pagina 1):
“Het is mogelijk dat de hoeveelheid zorg die via het (speciaal) onderwijs geleverd wordt, niet toereikend is. In dat geval kan extra AWBZ-zorg worden geïndiceerd tijdens schooltijd. Het is ook mogelijk dat een kind minder zorg nodig heeft dan het aantal minuten dat volgens de richtlijn 'afbakening en reikwijdte onderwijs en AWBZ' per week, per leerling v oor die onderwijsvorm is uitgetrokken.”
Gelet op dat:
- Ten tijde van de AWBZ deze indicatiestelling aanvullend is op de inzet vanuit onderwijs in het kader van persoonlijke verzorging volgens de minutentabel; en
- Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de Jeugdwet geen groter bereik heeft dan de AWBZ:
Wordt de conclusie getrokken dat de minutentabel nog steeds van toepassing is.
Daarbij geldt overigens dat deze verdeling van verantwoordelijkheden door de wetgever inhoudelijk zeer logisch is. Gelet op het beperkte aantal minuten dat zorg nodig is in het onderwijs ligt het voor de hand dat deze verzorging geboden wordt door (ondersteunend) personeel vanuit school. Het is financieel niet realistisch om vanuit de Jeugdwet gedurende de schooldag een professional te bekostigen die op afroep beschikbaar is en de hele dag in de ‘wachtstand’ staat. Ook is er in 2014 geen bezuiniging op het onderwijs geweest, terwijl de gemeenten 500 miljoen minder kregen voor het uitvoeren van de taken die ook onder de AWBZ vielen.
Het is kortom logisch dat de verdeling van verantwoordelijkheden middels een minutentabel nog van toepassing is en helpt om te bepalen hoeveel zorg school moet bieden, en wanneer externe zorg nodig is.
Meer weten?
Wij hebben brede kennis over de Jeugdwet en geven trainingen aan professionals!
Heb je naar aanleiding van dit artikel nog vragen? Neem contact met ons op.

