Maatschappij
Hoogte persoonsgebonden budget in verordening jeugdhulp

Een gemeente heeft ons advies gevraagd over de hoogte van het tarief voor het persoonsgebonden budget in de verordening Jeugdhulp.
Casus
Een gemeente is bezig met herijking van de verordening jeugdhulp en loopt aan tegen de hoogte van het tarief wat zij hanteren voor het persoonsgebonden budget (pgb). Zij hanteren namelijk een tarief van 75% van het tarief voor zorg in natura (ZIN), mits dit toereikend is. Hier hebben zij voor gekozen omdat ze merken dat pgb’s vaak naar ZZP’ers of kleine jeugdzorginstellingen gaan en zij geen instellings-overheadkosten hebben. Daarnaast hebben ZZP’ers of kleine jeugdzorginstellingen ook een andere kostenstructuur.
De gemeente geeft aan te mogen differentiëren om doelmatigheid te bevorderen op basis van artikel 2.3 Besluit Jeugdwet. Ook verplicht artikel 2.3 Besluit Jeugdwet dat gemeenten in de verordening moeten vastleggen hoe zij tariefdifferentiatie bevorderen. De gemeente vraagt om advies of zij de 75% kunnen blijven hanteren.
Ons advies
Vanuit de kamerstukken op de Jeugdwet volgt het volgende:
Een persoonsgebonden budget moet voor een jeugdige of zijn ouders uiteraard toereikend zijn om de vastgestelde jeugdhulp ook werkelijk te kunnen inkopen, anders is het budget geen zinvol alternatief. Dit blijkt ook uit de formulering van artikel 8.1.1, eerste lid, waarin is opgenomen dat het persoonsgebonden budget de jeugdige of zijn ouders «in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken». Zie https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33684-10.html
Dit ligt eraan ten grondslag dat de gemeente zich moet vergewissen dat het pgb tarief toereikend is. Als ouders kunnen aantonen dat de hulp niet ingekocht kan worden voor de 75% zal de gemeente op basis van de wet een hoger tarief moeten toekennen. Of de gemeente moet kunnen motiveren waarom het tarief van 75% wel toereikend is. Daarbij kan de gemeente de tarieven ZIN als maximum hanteren omdat ze hiervoor zelf de hulp heeft ingekocht en dus kan aantonen dat dit het maximum is.
De genoemde argumentatie over het verschil in kostenstructuur kan onderdeel zijn van het gesprek voor toereikendheid, maar gaat niet op voor elk pgb. Je kunt immers (theoretisch) ook een pgb inzetten bij een systeemaanbieder.
Samengevat
Wij adviseren daarom op te nemen dat het pgb tarief 75% van de het ZIN tarief bedraagt en dat daarbij een maximum geldt van 100% van het ZIN tarief als blijkt dat dit (de 75%) niet toereikend is. Dit laatste volg uit de wet(sgeschiedenis) zoals hierboven benoemd. Het is aan te raden om in de verordening hier ook duidelijk over te zijn, zonder daarbij een aanzuigende werking van hogere tarieven te willen bewerkstelligen.
Meer weten?
Wij hebben brede kennis over de Jeugdwet en geven trainingen aan professionals!
Heb je naar aanleiding van dit artikel nog vragen? Neem contact met ons op.

