Maatschappij
Toestemming inzetten jeugdhulp na overleden ouder

Een gemeente heeft ons advies gevraagd of zij zonder toestemming jeugdhulp in kunnen zetten voor kinderen. De moeder van de twee kinderen is namelijk overleden en er is momenteel geen zicht op de kinderen, wat de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) gezien de context van de situatie zorgelijk vindt. De RvdK wil dat er direct hulp in het gezin wordt geboden, maar de gemeente vraagt zich af of er niet eerst een voorlopige voogdij uitgesproken moet worden.
Casus
De ouders van de kinderen waren niet meer samen. De moeder, die is komen te overlijden, had eenhoofdig gezag over de kinderen. Het CJG was bezig om te kijken of de opa en oma voogdij konden krijgen over de kinderen, maar het is uiteindelijk onduidelijk of hierin iets is geregeld. De vader en stiefmoeder hebben via het CJG contact gezocht met de RvdK. Vader geeft aan dat er momenteel één kind bij hem verblijft en één kind bij opa en oma. De vader wil niet dat het kind dat momenteel bij hem verblijft teruggaat naar opa en oma, omdat de vader stelt dat opa tikken geeft. Het is onduidelijk of dit daadwerkelijk speelt.
De RvdK maakt zich zorgen om eventueel getouwtrek nu het lijkt dat er twee partijen zijn die voogdij over de kinderen willen. Momenteel is er geen zicht op de kinderen en is er veel onduidelijk. Daarom vraagt de RvdK of de gemeente direct jeugdhulp kan inzetten in het gezin, zonder dat iemand daar toestemming voor geeft. De moeder was namelijk de enige ouder met gezag. De gemeente vraagt zich af of er niet eerst een voorlopige voogdij moet worden uitgesproken en dat er vanuit daar wordt gekeken naar wat er nodig is voor de kinderen.
Ons advies
Gezagsvacuüm
Van groot belang is om uit te zoeken of er sprake is van een zogeheten ‘gezagsvacuüm’. De kinderen staan dan niet onder gezag of voogdij. Om dit op te heffen, dient een verzoek bij de rechter ingediend te worden. Op grond van artikel 1:301 kan de gemeente de rechter op de hoogte stellen van het overlijden van de moeder. Vervolgens benoemd de rechtbank op grond van artikel 1:295 BW een voogd voor de minderjarige die niet onder ouderlijk gezag staat en voor wie de voogdij niet op wettelijke wijze is voorzien.
Indien de moeder voor haar overlijden in haar testament heeft opgenomen dat de opa en oma de voogdij krijgen na haar overlijden, is van bovenstaande geen sprake. In dat geval moeten de opa en oma de voogdij nog wel accepteren. Het is dus van belang uit te zoeken of dit geregeld is. Zo ja, dan moet voor het inzetten van de hulp aan hen toestemming gevraagd worden, zij zijn dan immers wettelijk vertegenwoordiger van de kinderen.
Indien dit niet het geval is, beslist de rechter op grond van artikel 1:253g lid 1 BW dat de overlevende ouder of een derde met het gezag over de kinderen zal worden belast. De RvdK en de overlevende ouder kunnen hierom verzoeken of de rechter doet dit ambtshalve, zie artikel 1:253g lid 2 BW. De rechter kan het verzoek van de overlevende ouder alleen afwijzen, indien de rechter oordeelt dat dit niet in het belang is van het kind. Dan kan hij een derde belasten met het gezag over het kind (voogdij). De RvdK zal waarschijnlijk onderzoek uitvoeren om vervolgens een advies uit te brengen aan de rechter. De rechter kan hen hiertoe verzoeken.
Voorlopige voogdij (VOVO)
Indien de opa en oma geen gezag hebben, moet inderdaad een voorlopige voogdij worden ingediend bij de kinderrechter door de RvdK op grond van artikel 1:241 lid 2 BW. Alleen dan kan hulp ingezet worden (dit betreft immers een gezagsbeslissing). De kinderrechter beslist dan wie de voorlopige voogdij krijgt, zodat hulp en ondersteuning kan worden ingezet (zie ook de uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant 5 juni 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:3723). Tijdens de voorlopige voogdij kan onderzocht worden wie duurzaam met het gezag belast moet worden.
Jeugdwet
Ondanks dat de Jeugdwet bepalingen bevat waarvoor de toestemming van ouders niet nodig is om jeugdhulp in te zetten, heeft het geen bepaling die van toepassing is op deze casus. De Jeugdwet gaat er namelijk vanuit dat er ouders zijn die het gezag hebben (maar dit weigeren of niet te bereiken zijn). Derhalve moet er een wettelijk vertegenwoordiger aangesteld worden die een gezagsbeslissing kan nemen, zoals het inzetten van hulp.
Samengevat
- Onderzoek of de opa en oma opgenomen zijn in het testament;
- Zo niet: verzoek de RvdK om een voorlopige voogdij te verzoeken op grond van artikel 1:241lid 2 BW, zodat direct hulp ingezet kan worden, en meldt als gemeente het overlijden bij de rechter op grond van 1:301 BW.
Meer weten?
Wij hebben brede kennis over de Jeugdwet en geven trainingen aan professionals!
Heb je naar aanleiding van dit artikel nog vragen? Neem contact met ons op.

