
Interview
Gerlinde en haar passie om anderen te helpen
Zorg & support
Casus Zorg & support
Herhaaldelijk krijgen wij vragen over welke gemeente verantwoordelijk is voor de jeugdhulp. Sinds 1 januari 2022 is het nieuwe woonplaatsbeginsel van kracht die hier duidelijkheid over moet geven. De praktijk wijst echter uit dat het beoordelen van de verantwoordelijkheid niet altijd makkelijk is.
Een jeugdige staat onder toezicht en wordt door de betrokken voogd vanuit gemeente A in een gezinshuis geplaatst in gemeente B. De jeugdige wordt ingeschreven als inwoner van deze gemeente. De jeugdige vertrekt vervolgens bij het gezinshuis, om in het buitenland te verblijven bij een familielid. Na 1,5 jaar verblijf in het buitenland, keert de jeugdige na 1,5 jaar terug naar Nederland en wordt direct in een crisisopvang geplaatst in gemeente C.
Gemeente C wijst naar gemeente B voor de (financiële) verantwoordelijkheid van de ingezette jeugdhulp. Het blijkt namelijk dat de jeugdige na vertrek naar het buitenland nooit is uitgeschreven in gemeente B. Er is wel bewijs dat de jeugdige in het buitenland verbleef, hij is namelijk ingeschreven in het buitenlands persoonsregister. Dit zorgt echter niet voor een automatische uitschrijving in de Basisregistratie Personen (hierna: BRP) in Nederland. Gemeente B stelt op haar beurt dat de jeugdige alleen op basis van jeugdhulp met verblijf binnen de gemeente heeft gewoond en dat er dus geen sprake is van financiële verantwoordelijkheid omdat deze lag bij gemeente A ten tijde dat de jeugdige in gemeente B verbleef.
Omdat de gemeenten er niet uitkwamen is de casus door gemeente C voorgelegd aan de geschillencommissie Sociaal domein. NCOD heeft gemeente B tot en met de geschillencommissie geadviseerd en ondersteund in deze casus.
Gemeente B is vanuit het jeugdteam nooit betrokken geweest bij de casus, aangezien er sprake was van een OTS en de betrokken voogd van gemeente A de plaatsing deed. Op basis van het woonplaatsbeginsel was gemeente A verantwoordelijk voor de kosten van deze jeugdhulp. De voogd en het gezinshuis hebben nagelaten om de jeugdige uit te schrijven bij gemeente B toen deze vertrok naar het buitenland. Gemeente B zelf heeft nagelaten een aantekening te maken in de BRP dat het adres van inschrijving een gezinshuis betreft. Als deze aantekening wel was gemaakt, was het direct duidelijk dat de inschrijving niet regulier was en zij dus niet verantwoordelijk waren.
Gemeente A en B zijn het er over eens dat de jeugdhulp met verblijf onderbroken is geweest door vertrek naar het buitenland. Dit maakt dat gemeente A, die destijds verantwoordelijk was voor de plaatsing in het gezinshuis in gemeente B, mogelijk niet zomaar verantwoordelijk kan worden gehouden voor het vervolg na de onderbreking van jeugdhulp.
Volgens het woonplaatsbeginsel is de gemeente waar jeugdige was ingeschreven voorafgaand aan verblijf verantwoordelijk voor de bekostiging van de jeugdhulp. In verband met tussentijds verblijf in het buitenland, is de jeugdhulp met verblijf echter onderbroken geweest. Dit maakt dat het nog maar de vraag is of gemeente A, die destijds de jeugdige in gemeente B plaatste, nog verantwoordelijk is. Bij terugkeer vanuit het buitenland van jeugdigen die in Nederland zijn geboren is de gemeente waar moeder ten tijde van de geboorte stond ingeschreven verantwoordelijk.
Gemeente C verwijst alleen naar de laatste BRP inschrijving voorafgaand aan verblijf in hun gemeente. De inschrijving bij gemeente B is volgens hen voldoende om aan te tonen dat deze nu verantwoordelijk is. Gemeente B stelt dat de inschrijving in hun gemeente alleen op basis van jeugdhulp met verblijf is geweest, maar dat ze wel hebben nagelaten een aantekening te maken op het adres in de BRP. Wat nu de onduidelijkheid extra voedt over het laatste woonadres.
Voor behandeling bij de geschillencommissie is samen met gemeente B een onderbouwd advies en tijdlijn aangeleverd. Gemeente C heeft geen nieuwe of aanvullende informatie aangeleverd voor de zitting, anders dan de verwijzing naar de inschrijving in gemeente B.
De geschillencommissie stelt dat gemeente C verantwoordelijk is voor de jeugdhulp, aangezien deze gemeente hun standpunt onvoldoende heeft gemotiveerd. In hun verweer mist een overzicht van de verblijfsgeschiedenis, waardoor niet vast te stellen is wat het laatste (reguliere) woonadres is geweest van de jeugdige.
Gemeente B heeft dus vooral op basis van proces gelijk gekregen, er is geen inhoudelijke uitspraak gedaan in dit specifieke geschil. Jammer, aangezien dit een belangrijk inzicht had kunnen geven in hoe om te gaan met dit soort situaties.
Een aantal aspecten maken deze casus complex:
Op basis hiervan zijn er wel een aantal belangrijke leerpunten te formuleren: