Ruimte

WK 2026, horeca en de APV: hoe gemeenten grip houden op nachtelijke wedstrijden

Wat vraagt het WK 2026 van gemeenten?

Het WK voetbal van 2026 vindt plaats in Canada, de Verenigde Staten en Mexico. Door het tijdsverschil zullen wedstrijden van het Nederlands elftal niet alleen in de avond, maar mogelijk ook midden in de nacht plaatsvinden. Waar internationale sporttoernooien normaal vooral leiden tot extra drukte in de horeca, roept dit WK ook bestuurlijke en juridische vraagstukken op: hoe ga je als burgemeester om met het gezamenlijk kijken van voetbalwedstrijden tijdens nachtelijke uren?

Voor gemeenten draait dit niet alleen om het faciliteren van gezamenlijk kijken, maar vooral om de vraag hoe deze activiteiten juridisch moeten worden geduid. Is het gezamenlijk kijken van wedstrijden reguliere horeca-exploitatie, of is er sprake van een evenement waarvoor op grond van de APV een vergunning nodig is? En hoe verhoudt zich dat tot sluitingstijden, toezicht, handhaving en de verantwoordelijkheid van horecaondernemers?

Waarom een duidelijke lijn vooraf noodzakelijk is

Juist omdat wedstrijden mogelijk plaatsvinden om 01:00, 02:00 of 03:00 uur, is een helder handelingskader vooraf noodzakelijk. Zonder duidelijke lijn ontstaat het risico op ongelijke behandeling van ondernemers, onduidelijkheid in handhaving en besluitvorming onder tijdsdruk.

Gemeenten zullen daarom vooraf moeten bepalen hoe zij het gezamenlijk kijken in de nachtelijke uren kwalificeren en welke lijn zij hanteren voor horeca, terrassen en de openbare ruimte. Die keuze werkt direct door in vergunningverlening, toezicht, handhaving en de afstemming met de politie. De kernvraag is niet óf gemeenten hiermee te maken krijgen, maar hoe zij vooraf grip organiseren op uitvoerbaarheid, rechtsgelijkheid en veiligheid.

De juridische kern: reguliere horeca of evenement?

De eerste juridische afweging is of het gezamenlijk kijken van een voetbalwedstrijd moet worden gezien als reguliere horeca-exploitatie of als evenement in de zin van de APV. In veel gemeenten geldt als uitgangspunt dat activiteiten binnen een horecagelegenheid in beginsel worden gezien als reguliere exploitatie, zolang deze passen binnen de exploitatievergunning en de geldende sluitingstijden. Een scherm binnen en het uitzenden van een wedstrijd maken een activiteit niet automatisch vergunningplichtig.

Dat kan veranderen zodra activiteiten zich verplaatsen naar buiten. Denk aan terrassen met schermen, geluidsversterking, grotere bezoekersstromen of gebruik van de openbare ruimte. Dan moet worden beoordeeld of nog sprake is van reguliere exploitatie, of van een evenement waarvoor een vergunning nodig is.

Juridisch gezien zit de afweging vooral in aard, omvang en impact op de omgeving. Niet het scherm zelf is bepalend, maar de mate waarin de activiteit effect heeft op de openbare orde, veiligheid, leefomgeving en het gebruik van de openbare ruimte. Daarnaast speelt direct de vraag in hoeverre deze activiteiten passen binnen de geldende sluitingstijden, een afweging die bij nachtelijke wedstrijden juridisch en bestuurlijk zwaarder gaat wegen.

Drie bestuurlijke benaderingen

In de praktijk zijn grofweg drie benaderingen denkbaar voor de manier waarop gemeenten het gezamenlijk kijken van voetbalwedstrijden in de nachtelijke uren juridisch beoordelen. Deze volgen niet uit een landelijk vastgesteld model, maar uit de manier waarop gemeenten hun APV, horeca- en evenementenbeleid toepassen.

  1. Een eerste mogelijkheid is om activiteiten binnen de horecagelegenheid te beschouwen als reguliere horeca-exploitatie en activiteiten buiten, zoals op terrassen of in de openbare ruimte, aan te merken als evenement. In dat geval zijn met name de buitenactiviteiten vergunningplichtig.
  2. Een tweede mogelijkheid is om ook activiteiten binnen, afhankelijk van schaal, inrichting en impact, als evenement aan te merken. Dat ligt juridisch vooral voor de hand wanneer de activiteit qua aard, omvang en impact het karakter van reguliere horeca-exploitatie overstijgt. Dit biedt de meeste mogelijkheden om via vergunningvoorschriften te sturen op veiligheid, geluid, bezoekersstromen en toezicht, maar brengt ook extra vergunningslasten en uitvoeringsdruk met zich mee voor zowel ondernemers als gemeente.
  3. Een derde mogelijkheid is om activiteiten binnen de horecagelegenheid en, voor zover passend binnen de exploitatievergunning, ook op het terras, te zien als reguliere exploitatie zolang deze passen binnen de bestaande vergunningen. Activiteiten buiten de horecagelegenheid, met name in de openbare ruimte, vallen dan onder het evenementenregime.

Welke afwegingsrichting het meest passend is, hangt af van de mate waarin een gemeente wil sturen op openbare orde en veiligheid, de verwachte bezoekersaantallen, de beschikbare handhavingscapaciteit en de bestuurlijke risicobereidheid. Gemeenten die vooral ruimte willen bieden en de impact beheersbaar achten, zullen eerder kiezen voor een lichtere lijn. Gemeenten die meer grip willen op bezoekersstromen, geluid, veiligheid en toezicht zullen eerder kiezen voor een zwaarder vergunningenkader. Juist omdat hierin geen landelijke lijn bestaat, vraagt dit om een bewuste lokale afweging. De gekozen lijn volgt daarmee niet alleen uit de juridische beoordeling, maar ook uit bestuurlijke keuzes over uitvoerbaarheid, toezicht en risicobeheersing.

Nachtelijke wedstrijden raken direct aan de APV

Het grootste juridische knelpunt zit niet in het uitzenden van de wedstrijd zelf, maar in de sluitingstijden. Die zijn doorgaans vastgelegd in de APV, exploitatievergunning of nadere regels. Nachtelijke wedstrijden passen in veel gevallen niet binnen die reguliere kaders.

Dat betekent dat de burgemeester vooraf moet bepalen of, en onder welke voorwaarden, tijdelijk wordt afgeweken van de reguliere sluitingstijden. Voor zover de APV daarin voorziet, ligt deze bevoegdheid bij de burgemeester. Hoe dat gebeurt, hangt af van de manier waarop de APV lokaal is ingericht. Daarbij moet ook worden bepaald voor welke categorieën dit geldt, bijvoorbeeld alleen voor commerciële horeca of ook voor sportverenigingen en andere verenigingen. Juist hier is eenduidigheid belangrijk. Als de ene ondernemer open mag blijven en de andere niet, ontstaat al snel discussie over (on)gelijke behandeling en handhaving. Een collectieve lijn voorkomt willekeur en biedt duidelijkheid voor zowel ondernemers als toezichthouders.

Openbare orde, toezicht en handhaving

Naast de juridische kwalificatie vraagt het WK vooral om uitvoerbare keuzes in toezicht en handhaving. Nachtelijke openstelling betekent extra druk op toezicht en handhaving, met meer risico op verstoring van de openbare orde, zoals geluidsoverlast en alcoholgerelateerde overlast.

Daar komt bij dat politiecapaciteit beperkt is. Extra inzet zal niet overal mogelijk zijn. Dat betekent dat burgemeesters meer verantwoordelijkheid bij horecaondernemers zullen neerleggen. Denk aan beveiliging, deurbeleid, bezoekersregulering en het beheersen van uitstroom in de nachtelijke uren. De bestuurlijke afweging is daarmee breder dan alleen vergunningen. Het gaat om de vraag wat je toestaat, onder welke voorwaarden en wat nog handhaafbaar is in de praktijk.

Grip op het WK begint met een bestuurlijke keuze

Het WK 2026 laat zien hoe een internationaal sportevenement lokaal doorwerkt in het veiligheidsdomein. Voor burgemeesters ligt de uitdaging niet alleen in het faciliteren van gezamenlijk kijken, maar vooral in het maken van juridisch houdbare en uitvoerbare keuzes.

Wie vooraf een duidelijke lijn kiest over kwalificatie, sluitingstijden, toezicht en verantwoordelijkheden, voorkomt besluitvorming onder tijdsdruk op het moment dat de wedstrijd al begonnen is. Gemeenten doen er daarom goed aan dit onderwerp tijdig te agenderen en vooraf bestuurlijk vast te leggen welke lijn zij willen hanteren. Juist daarom begint grip op het WK 2026 niet bij de aftrap, maar bij tijdige en juridisch houdbare besluitvorming.

In gesprek naar aanleiding van dit artikel?

Neem contact op met Eugène, adviseur bij NCOD Ruimte

eugenevanessen@ncod.nl