
Kennis
Mensen die zich vastgelopen voelen in het systeem: waar komt soeverein gedachtegoed vandaan?
NCOD & Veiligheid
Veiligheid

Door Mirre Korenromp
Toch zijn arbeidsmigranten binnen gemeenten lang niet altijd goed in beeld. Ze werken, wonen en leven in een gemeente, maar zijn niet altijd terug te vinden in de registraties waarop beleid en dienstverlening worden gebaseerd.
Dat levert een opvallende tegenstelling op: economisch tellen arbeidsmigranten volop mee, maar administratief en bestuurlijk blijven zij regelmatig buiten beeld. Voor gemeenten is dat een probleem. Zonder betrouwbaar inzicht in wie er binnen de gemeente verblijft, wordt het moeilijker om dienstverlening te organiseren, huisvestingsbeleid te ontwikkelen, misstanden te signaleren en bij calamiteiten snel te handelen. Aanwezig in de praktijk, maar niet altijd in de registratie
Om te begrijpen waarom arbeidsmigranten buiten beeld blijven, is het belangrijk om onderscheid te maken tussen de Basisregistratie Personen (de BRP), en de Registratie Niet-ingezetenen (de RNI).
Wie van plan is langer dan vier maanden in Nederland te verblijven, moet zich als ingezetene inschrijven in de BRP bij de gemeente waar diegene feitelijk woont. Mensen die korter dan vier maanden in Nederland komen werken of studeren, kunnen zich als niet-ingezetene laten registreren in de RNI. De RNI is een deelregister van de BRP. Na inschrijving ontvangt iemand een burgerservicenummer (BSN), dat onder andere nodig is voor het regelen van bijvoorbeeld een zorgverzekering en de loonadministratie.
In de praktijk kunnen grofweg drie situaties ontstaan:
Vooral in de tweede en derde situatie kan een verschil ontstaan tussen de registratie en de werkelijkheid. Een BSN betekent namelijk niet automatisch dat iemand ook op het juiste Nederlandse verblijfadres staat geregistreerd.
Sinds eind 2022 kunnen niet-ingezetenen bij hun RNI-inschrijving een tijdelijk verblijfsadres, telefoonnummer en e-mailadres doorgeven. Het doorgeven van deze gegevens is echter vrijwillig. Ook zijn niet-ingezetenen niet verplicht om iedere verhuizing of ieder vertrek door te geven. Daardoor kan een adres dat bij aankomst correct was, na enkele weken of maanden alweer zijn verouderd. Dit is relevant, omdat arbeidsmigranten relatief vaak van werk- en verblijfplaats veranderen.
Iemand kan eerst enkele weken in een hotel verblijven, vervolgens verhuizen naar een huisvestingslocatie van een uitzendbureau en later zelfstandig woonruimte vinden. Wanneer deze veranderingen niet worden doorgegeven, blijft in de registratie slechts een deel van die route zichtbaar.
Ook kan iemand aanvankelijk verwachten minder dan vier maanden in Nederland te blijven, maar uiteindelijk veel langer blijven. De oorspronkelijke RNI-inschrijving sluit dan niet meer aan bij de feitelijke situatie. Andersom kan iemand nog in de BRP staan met een verkeerd adres. Bijvoorbeeld als diegene inmiddels naar een andere gemeente of naar het buitenland is vertrokken.
Wanneer registraties niet overeenkomen met de werkelijkheid, dan is er geen kloppend zicht op hoeveel arbeidsmigranten er zijn, waar ze verblijven en wat hun situatie is. Vervolgens kan de gemeente niet aanpassen op dienstverlening, beleid, leefbaarheid en bescherming. Het aantal inwoners dat in de BRP is opgenomen, is bovendien één van de maatstaven die worden gebruikt bij de verdeling van middelen uit het gemeentefonds van het Rijk. Een onvolledig beeld kan daarom financiële gevolgen hebben. Daarbij is het wel belangrijk om te weten dat niet iedere extra inschrijving leidt tot een vast bedrag erbij.
In de praktijk kan onvoldoende zicht leiden tot veel reactieve adresonderzoeken waar gemeenten vaak onvoldoende capaciteit voor hebben, administratieve leegstand terwijl er feitelijk mensen wonen, onjuiste in- en uitschrijvingen en situaties op bijvoorbeeld vakantieparken of andere tijdelijke woonlocaties die niet goed in beeld zijn.
Ook wordt het moeilijker om risico’s op overbewoning, illegale of onveilige huisvesting, uitbuiting en dakloosheid vroegtijdig te herkennen. Bij een calamiteit, zoals brand, kan bovendien onduidelijk zijn hoeveel mensen op een locatie verblijven. Kortom, door incomplete registraties kan de praktijk zich er niet goed op aanpassen.
Het registreren van arbeidsmigranten klinkt eenvoudiger dan het in de praktijk is. Zeker in gemeenten met veel tijdelijk werk en seizoensarbeid veranderen werk- en verblijfssituaties snel. Verschillende factoren kunnen een correcte en tijdige registratie belemmeren:
Veel arbeidsmigranten komen via een werkgever of uitzendbureau naar Nederland. Zij kennen het Nederlandse registratiesysteem niet altijd en weten daardoor niet:
Wanneer de werkgever, het uitzendbureau of de huisvester hierover geen duidelijke informatie geeft, bestaat het risico dat registratie uitblijft.
Gemeentelijke informatie en procedures zijn niet altijd beschikbaar in een taal die arbeidsmigranten begrijpen. Ook kan het maken van een afspraak, verzamelen van documenten of invullen van formulieren lastig zijn.
Hierdoor stellen arbeidsmigranten hun inschrijving soms uit of zijn zij afhankelijk van een werkgever, uitzendbureau of huisvester om de registratie te regelen.
Arbeidsmigranten kunnen in korte tijd meerdere keren verhuizen. Zij verblijven bijvoorbeeld eerst in een hotel, vervolgens op een huisvestings locatie van een uitzendbureau en later in particuliere woonruimte.
Wanneer adreswijzigingen niet of te laat worden doorgegeven, loopt de registratie achter op de werkelijkheid. Het adres dat bij aankomst correct was, kan enkele weken later alweer verouderd zijn.
Arbeidsmigranten zijn voor werk, vervoer, informatie en huisvesting vaak afhankelijk van dezelfde organisatie. Hierdoor hebben zij niet altijd zelf de regie over hun registratie of verblijfadres.
Sommige arbeidsmigranten weten bijvoorbeeld niet op welk adres zij officieel staan geregistreerd. Ook kan registratie plaatsvinden op een centraal adres, terwijl zij feitelijk op een andere locatie wonen.
Ook gemeentelijke achterstanden kunnen verschillen tussen registratie en werkelijkheid veroorzaken. Wanneer inschrijvingen, verhuizingen of uitschrijvingen niet tijdig worden verwerkt, kunnen administratieve gaten ontstaan.
Dit leidt vervolgens tot extra adresonderzoeken, terwijl gemeenten daar niet altijd voldoende capaciteit voor hebben.
Een arbeidsmigrant met een BSN is niet automatisch op het juiste Nederlandse adres geregistreerd. Iemand kan in de RNI staan met een buitenlands of tijdelijk verblijfsadres, terwijl die persoon feitelijk al langere tijd in een Nederlandse gemeente woont.
Ook het omgekeerde komt voor. Een arbeidsmigrant kan nog op een adres in de BRP staan, terwijl diegene inmiddels naar een andere gemeente of naar het buitenland is vertrokken.
Een BSN laat dus zien dat iemand administratief bekend is bij de Nederlandse overheid. Het zegt niet automatisch waar iemand op dat moment werkelijk verblijft.
Sommige gemeenten organiseren speciale inschrijfavonden of werken op locatie samen met werkgevers en uitzendbureaus. Medewerkers van de gemeente kunnen arbeidsmigranten dan inschrijven op hun feitelijke verblijfplaats.
Deze aanpak kan helpen om:
Registratie wordt daarmee niet alleen een verantwoordelijkheid van de arbeidsmigrant, maar een gezamenlijk proces waarin ook de gemeente en betrokken organisaties een rol hebben.
Naast de registratie zelf speelt ook de manier waarop arbeidsmigranten wonen en werken een belangrijke rol. Juist doordat huisvesting vaak tijdelijk is én regelmatig samenhangt met het werk, kan een verblijfssituatie snel veranderen zonder dat dit direct zichtbaar wordt in gemeentelijke registraties.
Veel arbeidsmigranten verblijven in een shortstay- of midstayconstructie. Denk bijvoorbeeld aan:
Deze locaties hebben niet altijd een reguliere woonbestemming. Hierdoor kan inschrijving in de BRP op zo’n adres moeilijk zijn.
Op papier lijkt de arbeidsmigrant dan tijdelijk in Nederland te verblijven, terwijl diegene in werkelijkheid maanden of zelfs langer op dezelfde locatie woont. Voor de gemeente kan daardoor onduidelijk blijven hoeveel mensen daadwerkelijk op een locatie verblijven.
De tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten wordt bovendien regelmatig geregeld door een werkgever of uitzendbureau. Daarmee hangen de woon- en werksituatie in de praktijk nauw met elkaar samen.
Sinds de invoering van de Wet goed verhuurderschap moet de huurovereenkomst losstaan van de arbeidsovereenkomst. Toch kan de praktische afhankelijkheid blijven bestaan. Wanneer een arbeidsmigrant zijn baan verliest, kan diegene bijvoorbeeld ook snel de woonruimte kwijtraken.
Dat vergroot het risico op:
Juist hier komen registratie, huisvesting en werk bij elkaar. Wanneer iemand door het verlies van werk ook van woonplek moet veranderen en die verhuizing niet in de registratie terechtkomt, kan diegene voor de gemeente snel uit beeld verdwijnen. Wanneer arbeidsmigranten al niet goed geregistreerd staan, wordt het bovendien moeilijker om dergelijke kwetsbare situaties vroegtijdig te herkennen.
Een goede registratie van arbeidsmigranten gaat uiteindelijk om meer dan alleen een correct adres in een systeem. Voor gemeenten is het belangrijk dat de administratieve werkelijkheid zo goed mogelijk aansluit op de feitelijke situatie. Alleen dan ontstaat een beter beeld van wie er in een gemeente woont, waar mensen verblijven en welke ondersteuning of bescherming mogelijk nodig is.
Dat vraagt niet alleen iets van arbeidsmigranten zelf. Ook gemeenten, werkgevers, uitzendbureaus en huisvesters spelen een rol bij duidelijke informatie, tijdige registratie en het doorgeven van veranderingen. Juist door registratie, huisvesting en werk niet als losse onderwerpen te behandelen, maar in samenhang te bekijken, kunnen arbeidsmigranten beter in beeld blijven en kunnen gemeenten eerder handelen wanneer dat nodig is.
NCOD helpt gemeenten en publieke organisaties om arbeidsmigranten beter in beeld te krijgen. We verbinden data, beleid en uitvoering en ondersteunen bij het inrichten van duidelijke werkprocessen, verantwoordelijkheden en samenwerking tussen betrokken domeinen.
Zo vertalen we informatie naar een praktische en effectieve aanpak.
We vertellen je er graag meer over. Neem contact op met ons:

Karlijn, teamleider Zorg en Veiligheid
karlijnlathouwers@ncod.nl

Mirre, adviseur Zorg en Veiligheid
mirrekorenromp@ncod.nl