
Interview
Wat doet de NCOD expertgroep data?
Informatie & Ruimte
Veiligheid

Steeds vaker komen professionals in de publieke sector mensen tegen die zich soeverein verklaren. Zij stellen dat ze niet onder Nederlandse wet- en regelgeving vallen, weigeren belasting te betalen, of betwisten de bevoegdheid van politie, gemeenten en rechters. Voor wie hier in het werk mee te maken krijgt, kan confrontatie verwarrend zijn. Wat drijft deze mensen? Waar komt dit -en de toename van dit- gedachtegoed vandaan?
Soeverein gedachtegoed is een internationale anti-institutionele stroming waarvan aanhangers de legitimiteit van wet- en regelgeving afwijzen en zich niet onderworpen achten aan de staat. De AIVD en NCTV rekenen het tot het anti-institutioneel extremisme. Het is geen Nederlands fenomeen en het is ook niet nieuw. De wortels liggen in de Verenigde Staten van de jaren zeventig. Via Canada, Duitsland en het internet is het gedachtegoed in een halve eeuw uitgegroeid tot een internationale stroming. Begrip van die geschiedenis helpt bij het duiden van wat we vandaag in gemeenten, bij rechtbanken en op straat zien gebeuren.
Het soevereine gedachtegoed ontstond in de jaren zeventig in de Verenigde Staten. De Posse Comitatus-beweging, een radicaal-rechtse en racistische anti-overheidsorganisatie, vormde de bakermat. In 1971 muntte een leider van deze beweging de term sovereign citizen. Aanhangers geloofden dat er geen legitieme federale overheid bestond, weigerden inkomstenbelasting te betalen en zagen het bankwezen, de belastingdienst en de federale overheid als instrumenten van een vermeende Joodse elite die in het geheim de wereld zou besturen.

Het gedachtegoed heeft daarmee historisch antisemitische wortels. Veel hedendaagse soevereinen kennen die wortels niet en delen dit antisemitisme niet. De onderliggende complotgedachte werkt nog wel door. Bijvoorbeeld in het wantrouwen jegens een onzichtbare elite, of in de theorie dat de overheid burgers heimelijk tot eigendom maakt.
De Amerikaanse landbouwcrisis van de jaren tachtig zorgde voor de eerste echte groei. Boeren die door faillissementen en gedwongen verkopen hun bedrijf dreigden te verliezen, grepen anti-overheidsideeën aan om hun bezit te beschermen tegen banken en de overheid. In deze periode ontstonden de eerste pseudo-juridische tactieken en frauduleuze financiële constructies die tot op vandaag onderdeel zijn van het gedachtegoed.
In dezelfde periode ontstond in Duitsland, los van de Amerikaanse ontwikkelingen, de Reichsbürgerbeweging. Deze groep ontkent de legitimiteit van de Bondsrepubliek na de Tweede Wereldoorlog en stelt dat het Duitse Rijk in juridische zin nog bestaat. De Reichsbürgers zouden later, samen met de Canadese variant, een belangrijke invloed worden op de Nederlandse beweging.
Vanaf de jaren negentig kreeg de Amerikaanse beweging een breder profiel. Naast de oorspronkelijke witte, racistische groepering ontstonden afsplitsingen met andere doelgroepen, waaronder deW Moorish sovereign citizens, een Afro-Amerikaanse stroming. De ideologische kern bleef vergelijkbaar, maar de identiteit en symboliek werden aangepast aan andere achtergronden.
Met de opkomst van het internet versnelde de verspreiding. Pseudo-juridische theorieën, voorbeeldbrieven en stappenplannen werden in korte tijd beschikbaar in het Verenigd Koninkrijk, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. In Canada werd het gedachtegoed rond 2000 verder ontwikkeld tot de Freemen on the Land-beweging. Deze Canadese variant maakte het gedachtegoed los van zijn extreemrechtse wortels en richtte zich op een meer links, anti-globalistisch en milieubewust publiek. Daarmee werd het gedachtegoed toegankelijker voor mensen die zich niet thuis voelden bij het oorspronkelijke (racistische en antisemitische) Amerikaanse profiel.
In deze periode ontstond ook de zogeheten stromantheorie. Volgens deze theorie creëert de overheid bij elke geboorte een fictieve juridische persoon (de stroman, vaak herkenbaar aan namen in hoofdletters op officiële documenten), waarmee de fysieke mens van vlees en bloed onbedoeld gebonden wordt aan de wet. Veel hedendaagse pseudo-juridische tactieken, zoals het opzeggen van de “machtiging tot besturen”, stoelen op deze theorie.

De wereldwijde kredietcrisis van 2008 zorgde voor een herleving en internationale uitbreiding van de soevereine beweging. Mensen die hun baan, spaargeld of woning verloren, of dreigden te verliezen, grepen de soevereine theorieën aan in een poging hun bezittingen te beschermen tegen inbeslagname. Het patroon herhaalde zich: een economische schok dreef nieuwe groepen mensen naar een ideologie die controle, antwoorden en een alternatieve juridische werkelijkheid beloofde.
Rond 2010 kreeg het soevereine gedachtegoed voor het eerst voet aan de grond in Nederland. De Nederlandse aanhangers oriënteerden zich vooral op de Canadese Freemen on the Land en de Duitse Reichsbürger, en in mindere mate rechtstreeks op de Amerikaanse oorsprong. Daarmee kreeg de beweging hier vanaf het begin een minder uitgesproken extreemrechts karakter dan in de VS.
In 2012 trad de beweging voor het eerst in de openbaarheid met de partij Soeverein Onafhankelijke Pioniers Nederland (SOPN), die meedeed aan de Tweede Kamerverkiezingen en bijna dertienduizend stemmen behaalde. Een jaar later verschenen de eerste rechtszaken met soevereine burgers, en ontstonden initiatieven zoals de zelfverklaarde vrijstaat Wonderland aan de grens bij Coevorden. Het bleef in deze periode een klein, marginaal verschijnsel.

De echte doorbraak in Nederland kwam tijdens de coronapandemie. De ingrijpende vrijheidsbeperkende maatregelen voedden bestaande anti-institutionele sentimenten en een breder wantrouwen jegens de overheid. Via Telegram, Facebook en andere platforms vonden mensen met uiteenlopende achtergronden elkaar in hun onvrede. Het soevereine gedachtegoed mengde zich met complottheorieën over een kwaadaardige elite, waaronder QAnon en de Great Reset-theorie.
Tegelijkertijd kwam de toeslagenaffaire in volle omvang aan het licht. Voor duizenden ouders bleek de overheid stelselmatig schadelijk te hebben opgetreden. Het beeld van een staat die haar burgers onrecht kan aandoen, gaf het anti-institutionele wantrouwen een herkenbaar referentiepunt, ook ver buiten de groep direct gedupeerden. Corona en de toeslagenaffaire werkten zo als parallelle versnellers van een wantrouwen waarop theorieën van het soevereine gedachtegoed konden aansluiten.
Een laagdrempelig online aanbod van cursussen, stappenplannen en voorbeeldbrieven bracht het gedachtegoed binnen handbereik. Steeds meer Nederlanders begonnen documenten naar gemeenten, Belastingdienst en rechtbanken te sturen waarin zij hun “machtiging tot besturen” introkken of zich op andere wijze soeverein verklaarden.

Het gedachtegoed heeft inmiddels vaste voet aan de grond gekregen. De AIVD schat de aanhang in Nederland op tienduizenden personen. Eind 2023 luidde de president van de Hoge Raad publiekelijk de noodklok. Aanleiding waren negentien verhuisdozen vol autonoomverklaringen die rechters in korte tijd hadden ontvangen.
Rechtbanken, gemeenten en deurwaarders worden overstelpt met onbegrijpelijke pseudo-juridische brieven. Deze tactiek staat internationaal bekend als paper terrorism (papierterreur).
Hoewel de meeste soevereinen geweldloos blijven, neemt ook de geweldsdreiging toe. In 2024 werden in Nederland voor het eerst aanhangers van een soevereine groepering, Common Law Nederland Earth, aangehouden en aangeklaagd voor deelname aan een terroristische organisatie.
Wie op straat, in het stadhuis of in een rechtszaal voor het eerst met een soeverein in aanraking komt, ervaart de soevereine uitingen als een willekeurige, soms verwarrende verzameling losse ideeën, maar dat is niet het geval. Vrijwel elk element heeft een herkenbare bron en een lange weg afgelegd.
De stroman-theorie, de machtiging tot besturen, de overstroming met pseudo-juridische documenten, de vermenging met complottheorieën: het zijn geen toevallige bedenksels van individuen, maar elementen van een internationale stroming die zich al meer dan een halve eeuw ontwikkelt.
Daarbij valt een patroon op: het soevereine gedachtegoed komt historisch steeds op in periodes van crisis en verlies, en aanhangers zijn vaak mensen die zich vastgelopen voelen in het systeem. Die wetenschap helpt bij het voeren van gesprekken: tegenover je zit een mens met een persoonlijk verhaal van wantrouwen, frustratie of verlies, ook als die mens zich juist sterk uitdrukt in pseudo-juridische taal.
Dat maakt het gedachtegoed niet minder problematisch. De gevolgen voor de openbare orde, de rechtsstaat en in een aantal gevallen de veiligheid van gezagsdragers blijven serieus. Maar herkenning en gespreksvoering worden er wel scherper door.
Wie zich verder wil verdiepen, kan deelnemen aan onze Training Soeverein & Anti-Institutioneel Gedachtegoed, waarin we de herkenning, duiding en aanpak in de praktijk uitwerken. Voor meer informatie stuur een bericht naar Jona Wolff of Mika Hubbers. Volg NCOD en de auteurs op LinkedIn om op de hoogte te blijven van nieuwe artikelen en bijeenkomsten.