Basisvaardigheden: dé prioriteit in het sociaal domein

Waarom het versterken van basisvaardigheden cruciaal is voor zelfredzaamheid van inwoners  

Basisvaardigheden sociaal domein
Basisvaardigheden sociaal domein

'Een derde van de 15-jarigen loopt risico op laaggeletterdheid bij het verlaten van school. In Nederland zijn 2,5 miljoen volwassenen laaggeletterd.' Heb jij dit ook wel eens voorbij zien komen? De berichten over onze 15-jarigen worden steeds alarmerender: het risico op laaggeletterdheid onder 15-jarigen is in de afgelopen 4 jaar gestegen van 23% naar 33%.

Toch blijft het relatief stil in het sociaal domein. Natuurlijk hebben veel gemeenten een WEB-ambtenaar, een beleidsplan en een ‘taalnetwerk’. Maar we zien nog niet dat er op alle beleidsterreinen kennis en aandacht is voor de relatie tussen lage basisvaardigheden en de problemen van inwoners. 

De feiten 

Lage basisvaardigheden staan in verband met problemen van inwoners die we tegenkomen in het sociaal domein.

  • Meer dan de helft van de laaggeletterden heeft Nederlands als moedertaal. 
  • Onderzoek van de Kredietbank toont aan dat ruim de helft van de mensen die bekend zijn bij de Kredietbank laaggeletterd zijn. 
  • Mensen die laaggeletterd zijn ontvangen 3x vaker een bijstandsuitkering. 
  • Bij 25% van de mensen die langdurig werkloos zijn komt laaggeletterdheid voor. 
  • Het vinden en houden van werk is voor laaggeletterden veel moeilijker. 
  • Laaggeletterden in Nederland doen minder vaak vrijwilligerswerk en hebben minder vertrouwen in de medemens dan niet-laaggeletterden. 
  • Er is een sterke relatie met gezondheid: laaggeletterden zijn vaker minder gezond en sterven eerder.  
  • Kinderen van laaggeletterde ouders presteren minder goed op school en hebben een grotere kans om zelf ook laaggeletterd te worden. 

De paradox van zelfredzaamheid  

Binnen het sociaal domein werken we vanuit het principe van zelfredzaamheid: het versterken van de eigen kracht van de inwoner en inzetten van het eigen netwerk. En hier zit nou net het probleem als het gaat om inwoners met lage basisvaardigheden. Zij willen niets liever dan zelfredzaam zijn, maar door hun beperking is het iedere dag weer een gevecht met de complexe werkelijkheid. Mensen met lage basisvaardigheden die het wel redden, lukt het door een stevig netwerk. Vaak een geletterde partner, ouders of kinderen. Maar mensen die niet kunnen rekenen op een goed netwerk, of waarbij het netwerk ook worstelt met lage basisvaardigheden, zijn vaak overgeleverd aan het sociaal domein. Met alle regels en complexiteit die hierbij horen. Geen onwil maar onmacht.

Interventies in het sociaal domein werken (soms) wel, maar altijd voor even als niet ook de onderliggende oorzaak wordt aangepakt, namelijk het versterken van basisvaardigheden. 

Waarom moet het versterken van de basisvaardigheden dé prioriteit zijn in het sociaal domein? 

Als je kijkt naar de feiten is het zonneklaar: lage basisvaardigheden zijn onderliggend bij veel problemen van inwoners in het sociaal domein. Als we deze inwoners duurzaam willen helpen zodat ook zij echt kunnen vertrouwen op de eigen kracht, dan heeft het versterken van de basisvaardigheden de hoogste prioriteit.

Uit onderzoek weten we dat interventies gericht op het versterken van basisvaardigheden ook echt werken. Na het volgen van een taaltraject:  

  • Voelt 53% zich psychisch gezonder en 39% voelt zich fysiek gezonder. 
  • Ervaart 56% een afname in sociaal isolement. 
  • Heeft 21% een betaalde baan gevonden of stap gemaakt binnen de huidige betaalde baan. 
  • 51% tot 70% van de deelnemers ervaart een betere sociale inclusie. 

Maar waarom doen we dat dan niet?  

Voor geletterden is het moeilijk voor te stellen hoe het is om laaggeletterd te zijn. De effecten van lage basisvaardigheden op het dagelijks leven zijn enorm. Wat voor geletterden vanzelfsprekende handelingen zijn die nauwelijks energie kosten, zijn voor mensen met lage basisvaardigheden een bijna onmogelijke opgave en echte energievreters.

Een eenvoudige e-mail naar school kost geen vijf minuten, maar twee uur. Het bijwonen van een re-integratietraject op een nieuwe locatie vergt uren om de route uit te zoeken en de dag ervoor te oefenen. Het lezen van een brief van de schuldhulpverlener en begrijpen wat je moet doen, leidt tot slapeloze nachten. 

En àls we al lage basisvaardigheden herkennen, komt een venijnig monster om de hoek: handelingsverlegenheid. Professionals in het sociaal domein vinden het lastig om laaggeletterdheid te bespreken als het gaat om mensen met Nederlands als moedertaal. De inwoner zelf schaamt zich vaak en de professional schaamt zich mee.

Wat dan wel? 

We weten goed wat werkt: 

  • Train alle professionals op het herkennen, dus Wmo- en jeugdconsulenten, jobcoaches, schuldhulpverleners, (school-)maatschappelijk werkers, etc.  
  • Zorg voor regelmatige aandacht voor lage basisvaardigheden in de teams die verantwoordelijk zijn voor het beleid en de medewerkers in de uitvoering. 
  • Pas de communicatie aan zodat iedereen begrijpt wat je bedoelt (dat scheelt veel slapeloze nachten voor veel mensen). 
  • Zorg voor een sluitend netwerk van aanbod: dichtbij de inwoner en gevarieerd. 
  • Zorg voor een aanbod basisvaardigheden in alle re-integratievoorzieningen (inclusief WSW en Beschut Werk). 

En vooral: de aanpak Basisvaardigheden hoort thuis in alle beleidsplannen in het sociaal domein. Hoe is dat bij jou geregeld? 

Wil je meer informatie over de aanpak Basisvaardigheden in het sociaal domein? Of wil je met ons in gesprek wat wij voor je kunnen doen? Neem hieronder contact op. 


Heb je naar aanleiding van dit artikel nog vragen?

Decorative image

Neem contact op met Nahje

Adviseur Sociaal domein