
Interview
Wat doet de NCOD expertgroep data?
Informatie & Ruimte
Veiligheid

Of je nu werkt bij een gemeente, de politie, een zorginstelling of de rechtspraak: het kan zijn dat je hier in je werk indirect of direct mee te maken krijgt.
In ons vorige artikel beschreven we hoe dit gedachtegoed is ontstaan en zich in de afgelopen decennia ontwikkelde tot een internationale stroming. In dit artikel staat de Nederlandse context centraal. Waarom wint het gedachtegoed hier terrein, hoe kun je het herkennen en wat vraagt dit van professionals in de publieke sector?
Soeverein gedachtegoed is een internationale anti-institutionele stroming. Aanhangers wijzen de legitimiteit van wet- en regelgeving af en vinden dat zij niet onder het gezag van de staat vallen. De AIVD en NCTV rekenen het tot het anti-institutioneel extremisme. De geschiedenis ervan lees je hier.
De groei van soeverein gedachtegoed komt niet uit het niets. Lang voordat de eerste Nederlanders zich soeverein verklaarden, bestond er in delen van de samenleving al wantrouwen richting overheid, media en wetenschap. Dat wantrouwen werd gevoed door een gevoel van vervreemding en door het idee dat de overheid de zorgen van burgers niet zou zien.
Op internetfora en later sociale media ontstonden gemeenschappen waarin alternatieve verklaringen, complottheorieën en anti-overheidssentimenten samenkwamen. De beweging bleef beperkt zichtbaar en had vooral een digitaal karakter. Toch ontstond hier al een voedingsbodem waarop alternatieve verklaringen, complottheorieën en anti-overheidssentimenten samenkwamen.

De coronapandemie was de eerste echte versneller van soeverein gedachtegoed. Lockdowns, vaccinatiecampagnes en toegangsbewijzen leidden tot spanningen en tot discussies over vrijheid, grondrechten en de rol van de overheid. “Ik doe niet meer mee” werd een steeds vaker gehoorde zin. Tegelijk groeide het gebruik van sociale media hard. Wantrouwen werd er niet alleen geuit, maar ook bevestigd: gelijkgestemden versterkten elkaar in de overtuiging dat de staat onjuist of onrechtmatig handelde. Daarmee groeide niet alleen de zichtbaarheid van het gedachtegoed, maar ook het gevoel van 'eigen gelijk'.
De toeslagenaffaire deed daar een schep bovenop. Die liet zien dat burgers door een overheidsinstantie langdurig en onterecht benadeeld konden worden, met grote persoonlijke en financiële gevolgen. Voor sommige mensen bevestigde dat het beeld van een overheid die niet eerlijk of betrouwbaar is. Wat het vertrouwen nog verder beschadigde, was het uitblijven van herstel. Het gebrek aan compensatie voedde het idee dat de overheid geen verantwoordelijkheid neemt voor haar eigen fouten.
Daarnaast spelen bredere maatschappelijke thema’s zoals bestaanszekerheid, migratie, klimaat en stikstof een rol. In tijden van onzekerheid kan de behoefte aan duidelijke verklaringen toenemen. Anti-institutioneel gedachtegoed kan in dat gat stappen.

Via platforms zoals Telegram, YouTube, Facebook en X komen mensen in contact met gelijkgestemden en met influencers die wantrouwen richting instituties versterken.
Binnen deze online netwerken ontstaan relatief gesloten gemeenschappen waarin overtuigingen elkaar voortdurend bevestigen. Sommige influencers presenteren zich als onafhankelijke denkers en moedigen anderen aan hun gedachtegoed over te nemen.
Daarnaast is er sprake van een commercieel aanbod. Er worden cursussen, webinars en voorbeeldbrieven aangeboden die helpen bij bezwaarprocedures of het afwijzen van overheidsgezag. Daarbij wordt soms de suggestie gewekt dat deze aanpak juridisch houdbaar is, terwijl dat in de praktijk zelden het geval is.

Als professional zul je niet altijd direct zien dat iemand zich expliciet op soevereine ideeën beroept. Toch zijn er signalen die in de praktijk regelmatig terugkomen.
Een daarvan is papierterreur: het versturen van grote hoeveelheden brieven, bezwaren en juridisch ogende documenten. Die zitten vol ingewikkeld taalgebruik en verwijzingen naar vermeende wetsartikelen of internationale verdragen. Het doel is processen te vertragen en verwarring te zaaien over wat de overheid wel en niet mag. Eind 2023 luidde de president van de Hoge Raad hierover publiekelijk de noodklok, nadat rechters in korte tijd negentien verhuisdozen(!) vol soevereinverklaringen hadden ontvangen.
Ook schijnjuridische argumenten komen voor. Bestaande wetten en regels worden daarbij op een eigen manier geïnterpreteerd om overheidsgezag ter discussie te stellen. Dat kan bijvoorbeeld leiden tot het niet erkennen van boetes, het weigeren van identificatie of het ontkennen van belastingplicht. Zo wordt er bijvoorbeeld verwezen naar het Verdrag van Geneve, naar de S.H.A.E.F. of naar de stromantheorie: juridisch houdt dit geen stand, maar in een gesprek kan het wel tot discussie en escalatie leiden.
Daarnaast valt vaak specifiek taalgebruik op, zoals verwijzingen naar de ‘mens van vlees en bloed’, de ‘natuurlijke persoon’ of de ‘juridische persoon’. Ook komen regelmatig verwijzingen voor naar vermeende verborgen machtsstructuren of internationale organisaties zoals het World Economic Forum (WEF). Dit taalgebruik is duidelijk te herleiden naar de geschiedenis van deze beweging.

Als professional in de publieke sector zul je merken dat het vooral draait om twee dingen: signalen herkennen en er professioneel op reageren. Dat vraagt kennis van het fenomeen, maar ook inzicht in de achterliggende dynamiek. Juist als wantrouwen richting de overheid centraal staat, bepaalt de manier van communiceren vaak hoe een gesprek of incident verder verloopt.
Daarbij helpt het om te onthouden dat achter de pseudo-juridische taal een mens zit met een eigen verhaal van frustratie, wantrouwen of verlies. Dat maakt het gedrag niet minder ingewikkeld, en de gevolgen voor de openbare orde en de veiligheid van gezagsdragers blijven serieus. Maar wie dat verhaal en de onderliggende emoties herkent, voert een beter gesprek. Juist reageren kan het verschil maken tussen een oplossing en verdere vervreemding.
Door de groei van anti-institutioneel gedachtegoed neemt de behoefte aan gerichte training toe. De NCOD helpt professionals bij het herkennen en begrijpen ervan. In de training Soeverein en Anti-Institutioneel Gedachtegoed krijg je inzicht in de maatschappelijke ontwikkelingen, leer je signalen herkennen en oefen je met praktijksituaties uit verschillende domeinen. De nadruk ligt op het vergroten van de handelingszekerheid, zodat je beter bent voorbereid op situaties waarin wantrouwen, weerstand en mogelijke escalatie samenkomen.
Wie zich verder wil verdiepen, kan deelnemen aan onze Training Soeverein & Anti-Institutioneel Gedachtegoed, waarin we de herkenning, duiding en aanpak in de praktijk uitwerken. Voor meer informatie stuur een bericht naar Jona Wolff of Mika Hubbers. Volg NCOD en de auteurs op LinkedIn om op de hoogte te blijven van nieuwe artikelen en bijeenkomsten.