Bijstand in een tijd van stress en onzekerheid

“In 2050 zal er misschien niet alleen een ‘overbodige’ klasse ontstaan vanwege een absoluut tekort aan banen of een gebrekkig opleidingsniveau, maar ook door een gebrek aan mentaal uithoudingsvermogen”. Uit: Yuval Noah Harari, 21 lessen voor de 21ste eeuw.

Gemeenten streven naar een inclusieve arbeidsmarkt. Ondertussen worden we geconfronteerd met een groeiende tweedeling in de samenleving. Jochem Westert is adviseur bij NCOD | Interwerk en specialist in vraagstukken gericht op armoede en werk. Hij neemt u graag mee in zijn visie over de wijze waarop gemeenten invloed kunnen hebben op deze tweedeling:Het vraagt dat zij inzetten op positieve en stress-sensitieve dienstverlening. Bovenal moeten we bijstandsafhankelijkheid benaderen als maatschappelijke kwestie, die structurele oorzaken kent.”

Tweedeling

Als gevolg van technologische vooruitgang, emancipatie en globalisering komt het overheidsbeleid steeds meer in het teken te staan van investering in kansen en toerusting van arbeidskrachten op de nieuwe wereldeconomie. Werknemers worden gestimuleerd om een leven lang te leren, werk, zorg & gezin te combineren en innovatie te ondersteunen. Volgens de Vlaamse hoogleraar Bea Cantillon brengt de investeringsagenda veel goeds, maar leidt deze ook tot mattheüseffecten. Dit wil zeggen dat sommige sociale overheidsuitgaven (pensioen, onderwijs, ouderschapsverlof, ect.) onbedoeld meer terecht komen bij de gegoede bevolkingslagen, waardoor ongelijkheden toenemen.

Cantillon wijst erop dat ondanks het toegenomen onderwijsniveau en het gegeven dat meer mensen dan ooit werken (met name hoger opgeleiden), de spanningen in de lagere milieus juist toenemen. Het verdwijnen van routinematig werk brengt mee dat laagopgeleiden het steeds moeilijker krijgen om een plek te veroveren op de arbeidsmarkt. Die arbeidsmarkt stelt bovendien steeds hogere eisen aan het aanpassingsvermogen, kennisniveau en emotionele uithoudingsvermogen van werkenden. Ondertussen blijken de lage lonen en minimale inkomensbescherming niet langer toereikend.

Peter van Lieshout, oud-WRR lid en redacteur van de bundel Sociale (on)zekerheid, verwoordt deze subtiele tweedeling op scherpe wijze: ‘Er is een groep mensen met kansen op mooie banen – wellicht mooier dan ooit tevoren. Die generatie toppers zet haar eigen pad uit. Daarnaast is er een groep mensen die eigenlijk alleen uitzicht heeft op vervelende baantjes, met tijdelijke contracten en weinig inkomen. Deze scheiding neemt op allerlei manieren steeds vastere vormen aan: hoger opgeleiden wonen in dezelfde buurten, kiezen binnen hun groep een partner en zoeken elkaar op in vrijetijdsverband. Hetzelfde geldt voor mensen met een lage opleiding.’

In een samenleving met gelijke kansen is echter weinig geduld met mensen die hun kansen niet kunnen of willen  (of een ingewikkelde combinatie van beide) pakken. Vitaliteit (eigen kracht!) is de norm en imperfectie taboe.

Discipline

De nieuwe onzekerheid plaatst ook gemeenten voor uitdagingen. In het gemeentelijk beleid wordt bijstandsafhankelijkheid in hoge mate als een individueel vraagstuk benaderd, terwijl weinig oog is voor de maatschappelijke oorzaken ervan.  Zo legde het activeringsbeleid de afgelopen decennia steeds meer nadruk op negatieve gedragsprikkers, in termen van verplichtingen, controle en op sanctionering gerichte regels.

Het mensbeeld dat aan die benadering ten grondslag ligt is dat van de apathische, calculerende mens die zo nodig met ‘drang en dwang’ in beweging moet worden gebracht. Uit onderzoek blijkt dat veel mensen de sociale dienst eerder ervaren als een instantie die zich controlerend dan begeleidend opstelt. In toenemende mate wordt vanuit de gedragswetenschap juist aandacht gevraagd voor de beperkingen van de mentale vermogens (bv. een plan maken, in actie komen, volhouden en omgaan met verleidingen en tegenslag). Zeker bij stressvolle omstandigheden, zoals een tekort aan geld, staan deze ‘doenvermogens’ (WRR) extra onder druk.

Positieve gedragsprikkels

Of het gevoerde beleid voldoende effectief is valt te bezien. Vooral als we niet alleen uitstroom op de korte termijn, maar ook de duurzaamheid van werk en het algehele welbevinden van mensen in ogenschouw nemen. Bijstandontvangers kunnen het gevoel krijgen dat zij zich moeten rechtvaardigen voor hun gebrek aan ‘succes’.

Het ideaal van inclusie vereist dat gemeenten hun dienstverlening op een positieve en stress-sensitieve manier inrichten. Ervaren mensen dat ze worden gezien, vertrouwd en geholpen? In dit licht kan het belang van intensief en persoonlijk contact nauwelijks worden onderschat. Daarbij is het zaak om niet alleen oog te hebben voor uitgestippelde trajecten gericht op targets en vooruitgang, maar ook ruimte te bieden voor tegenslag, falen en – tot op zekere hoogte – het afwijken van de norm.

Werkcreatie in de sociale economie

Wanneer we bovenal geen oog hebben voor maatschappelijke factoren, zoals de opnamecapaciteit van de arbeidsmarkt, begeven we ons op een dood spoor. Zo is het goed om na te denken over de creatie van nieuw werk in de sociale economie. In de Movisie Participatielezing  opperde Ton Wilthagen onlangs het ideaal van een parallelle arbeidsmarkt, ingericht als ‘schuilkelder’ of ‘springplank’ voor mensen die tijdelijk of structureel geen aansluiting vinden op de moderne arbeidsmarkt. Hier worden producten en diensten geproduceerd waar volgens het principe van vraag en aanbod geen markt voor is, maar die wel maatschappelijke waarde hebben.

Deelnemers van de parallelle arbeidsmarkt ontvangen geen uitkering, maar een ‘participatie-inkomen’ (een term die waarschijnlijk is ontleend aan de – in 2017 overleden – econoom Sir Anthony Atkinson, die het concept van een participatie-inkomen ontwikkelde als minder vergaande variant op het onvoorwaardelijk basisinkomen). Aan het idee van een parallelle arbeidsmarkt kleven ongetwijfeld haken en ogen, maar het biedt een verfrissende denkrichting over hoe we mensen met een ‘afstand tot de arbeidsmark’ kunnen opnemen in de samenleving. Gemeenten kunnen ruimte geven aan zulke initiatieven en experimenten ondersteunen.

Wilt u het over dit thema door te praten? Neem vrijblijvend contact op met Jochem via jochemwestert@ncod.nl.

Literatuur
  • Yuval Noah Harari, 21 lessen voor de 21ste eeuw (Amsterdam 2018).
  • Cantillon, De Staat van de Welvaartsstaat (Leuven 2016).
  • Baart en C. Carbo, De zorgval. Analyse, kritiek en uitzicht (Amsterdam 2013).
  • van Lieshout, Sociale (on)zekerheid: de voorziene toekomst (Amsterdam 2017).
  • M. Hertogh (red.), Slimme Handhaving: een empirisch onderzoek naar handhaving en naleving van de socialezekerheidswetgeving (Den Haag 2018).
  • WRR, Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op zelfredzaamheid (Den Haag 2017).
  • Brouwer, J. Verhogen & T. Wilthagen, Geen uitkeringen meer: van sociale naar participatiezekerheid (Sociaal Bestek 2018).
  • B. Atkinson, Inequality: What Can Be Done? (Cambridge, Massachusetts 2015).

Onze artikelen automatisch in de mailbox ontvangen? Neem hier een abonnement op onze nieuwsbrief