Ondermijning en de APV

Het begrip ‘ondermijning’ is veelomvattend, maar is bij steeds meer gemeenten in het land een belangrijk punt op de agenda. De makkelijke en algemenere uitleg over het begrip is dat criminaliteit de grens tussen de bovenwereld en onderwereld doet vervagen.

We verstaan onder ondermijning het punt dat de onderwereld voor hun illegale activiteiten gebruik maakt van diensten vanuit de bovenwereld. Denk hierbij bijvoorbeeld aan vergunningen.

APV

Steeds meer gemeenten kijken of in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) een waarborg kan worden opgenomen om bepaalde illegale praktijken concreter tegen te gaan. Die mogelijkheid bestaat uiteraard. Zo heeft de gemeente Tilburg inmiddels een specifiek artikel in de verordening (artikel 53a). Hierbij moeten aangewezen bedrijven -buiten horecabedrijven en seksinrichtingen om- een vergunning aanvragen.

Aanleiding voor de gemeente was een project van de politie. Hierbij kwam na onderzoek naar voren dat de autoverhuurbranche in Zeeland en West-Brabant ‘besmet’ lijkt ten aanzien van malafide praktijken. De invoering van een vergunningplicht voor deze bedrijven heeft er inmiddels voor gezorgd dat diverse autoverhuurbedrijven direct zijn gestopt.

De gemeente Rotterdam heeft ook een dergelijk artikel in haar APV opgenomen (artikel 2:36). Dit artikel geeft de bevoegdheid om branches aan te wijzen, al dan niet in een bepaald gebied. Hierdoor hebben deze bedrijven een exploitatievergunning nodig om hun bedrijfsvoering door te zetten indien de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat.

Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot een of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend voor de hele gemeente aangewezen wanneer naar oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat.

Bonafide ondernemers

Om de aanpak van ondermijning te versterken, is in de APV van Rotterdam een artikel opgenomen om een gezond ondernemingsklimaat te stimuleren. De mogelijkheid tot het instellen van een vergunningplicht voor ondernemers is voor gemeenten een instrument voor bestrijding van malafiditeit in het ondernemerschap. Hierdoor kan de gemeente controle uitoefenen op de naleving van de gestelde voorwaarden en handhaven bij overtreding. Van de mogelijkheid om een vergunningplicht te introduceren gaat bovendien een preventieve werking uit. Het draagt bij aan het aantrekken van bonafide ondernemers en het weren van malafide ondernemers.

Er zijn echter ook gemeenten die niet direct kiezen voor een vergunningplicht van (aangewezen) bedrijven, maar meer voor een ander ondermijningsartikel. Dit geeft de burgemeester de bevoegdheid om in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of als er is van bijzondere omstandigheden, de hele of gedeeltelijke sluiting te bevelen van een voor het publiek openstaand gebouw (niet zijnde een horeca-inrichting of seksinrichting) of een bij dat gebouw behorende erf.

U kunt de verordeningen van de gemeenten Den Haag (artikel 2:79), Gouda (artikel 2:21) en Rijswijk (2:41a) er eens op naslaan.

Hulp nodig?

Iedere gemeente heeft uiteraard een geheel eigen aanpak om criminaliteit tegen te gaan. Zelf steeds het wiel uitvinden is natuurlijk niet nodig. Heeft u er al over nagedacht op welke wijze u uw verordening in kan zetten? Natuurlijk helpt de vakgroep Juridische Zaken & Omgevingsrecht van NCOD u graag op weg!

Onze artikelen automatisch in de mailbox ontvangen? Neem hier een abonnement op onze nieuwsbrief