Toegang sociaal domein

Toegang van het sociaal domein

Bij vragen over de ontwikkeling van uw kind of over uw gezondheid gaat u vaak zelf op zoek naar antwoorden en ondersteuning. Vaak vindt u de weg door in uw omgeving te informeren of te zoeken op internet. Antwoorden op allerlei vragen rondom uw levensloop zijn op verschillende plekken te vinden. Als er meer vragen spelen of bijvoorbeeld leeftijd of ongemak een rol speelt, wordt het zoeken naar de juiste informatie soms lastiger. Waar vindt u wat? Wat kunt u zelf? Kan uw omgeving helpen? Een deskundig en samenhangend advies biedt uitkomst. Een zorg- of Wmo-loket, gemeentewinkel of centrum voor jeugd en gezin voorziet op lokaal niveau in de bundeling van informatie, advisering en ondersteuning aan inwoners. Voor vragen die zich tijdens de hele levensloop voordoen, kunnen inwoners bij deze toegang van het sociaal domein terecht.

Samenhangend inrichten van toegang 

Op vele plekken in Nederland vervullen gemeenten en maatschappelijke organisaties al jaren een belangrijke functie in de toegang van het sociaal domein. In 2015 was er veel bestuurlijke en ambtelijke drukte rondom de decentralisaties van overheidstaken naar gemeenten. Tijdens deze periode zijn veel gemeenten en maatschappelijke organisaties gaan nadenken over, of gestart met, het (opnieuw) inrichten van een integrale toegang voor het sociaal domein. Gelijktijdig aan de groei van taken voor gemeenten ontstond ook de gelegenheid om de dienstverlening en maatschappelijke organisaties meer af te stemmen op de vraag en logica van inwoners.

Tijd voor verdieping

Na alle hectiek rondom het implementeren en beheersen van de nieuwe taken en financiering, ontstaat bij alle betrokkenen de urgentie om stil te staan bij de resultaten en de werkwijze rondom de toegang. Er is tijd voor inhoudelijke verdieping en optimalisatie. In Nederland zijn geen eenduidige concepten. Er is sprake van een grote diversiteit, passend bij de lokale situatie. Er zijn gemeenten die zelf een toegang inrichten, maar er zijn ook werkwijzen waarbij in samenwerking met maatschappelijke partners een toegang buiten het gemeentehuis vorm en inhoud krijgt.

Gemeenten bevinden zich in verschillende stadia. Van het stadium waarbij de organisatie nog volledig ingericht moet worden tot aan het stadium waarin behoefte is aan evaluatie van de reeds ingerichte toegang. De grote uitdaging is om meer aandacht te hebben voor de samenleving en leefwereld van inwoners en de regelgeving en systeemwereld daaraan ondersteunend te laten zijn. Professionals vragen daarbij om ruimte en autonomie om naar eigen inzicht te kunnen handelen.

Toegang is de samenleving zelf

NCOD | Interwerk is betrokken bij een reeks van opdrachten rondom toegang: onder andere het ‘bouwen’ van een volledige toegang, het ontwikkelen van externe gebiedsteams en evaluaties. De focus verlegt zich in onze praktijk van een goede vertaling van beleid naar het optimaliseren van de uitvoering. Aspecten die daarbij aan de orde komen zijn visieontwikkeling, procesontwerp, organisatie-inrichting en de aansluiting met financiën en informatievoorziening. Het doel is het optimaliseren van de uitvoering.

Belangrijk is ook om meer van ‘buiten naar binnen’ te werken. Hierbij is het van belang niet alleen maar het gesprek met de samenleving aan te gaan. We moeten ook gebruik maken van kennis en mogelijkheden van inwoners en bekijken hoe zij elkaar kunnen versterken, zonder gebruik te hoeven maken van overheidsdiensten.

Pragmatisme in plaats van bedoeling

Bij veel gemeenten is een integrale toegang met een ‘pragmatische’ aanpak van start gegaan. De voorbereidingstijd was immers beperkt en het was nodig om tot handelen over te gaan. Een pragmatische aanpak brengt het risico met zich mee dat er geen of onvoldoende aandacht is voor de bedoeling en samenhang.

Als we dit vertalen naar integrale toegang zien we dat in de praktijk vaak behoefte is aan:

  • Beleid dat oplossingen biedt voor vragen waarmee professionals in de uitvoering geconfronteerd worden;
  • Ontschotting bij en tussen gemeenten en maatschappelijke organisaties;
  • Meer aandacht voor implementatie om de kwaliteit van de uitvoering te kunnen garanderen;
  • Het meten van resultaten en effecten;
  • Helderheid over benodigde kwaliteiten en competenties van betrokken medewerkers;
  • Formatie calculatie en benchmark met andere gemeenten;
  • De zienswijze en ervaringen van inwoners bij de ontwikkeling van dienstverlening in de toegang.
Pas op de plaats met vele vragen

Beleidsplannen en visietrajecten staan vol met integrale aanpak. Uitvoerende afdelingen moeten integraal gaan werken, de vraag van inwoners centraal stellen en eigen kracht benutten. Maar hoe doet u dat? Is het genoeg om bij elkaar in een kantoor te zitten? Of in ieder geval structureel overleg te voeren? Weet iedereen elkaar te vinden en wordt er integraal gewerkt? Snappen we van elkaar wat we willen, wat we kunnen en waarom we doen wat we doen?

In de praktijk komen we tegen dat er vaak onvoldoende aandacht is voor de implementatie. Is er nagedacht over competenties van medewerkers in de toegang? Zijn die gelijk aan de competenties van consulenten? Wordt er voldoende naar de context van de (complexe) vragen gekeken? Is er voldoende zicht op en kennis van eenvoudige oplossingen en zijn deze ook beschikbaar? Wie mag wat beslissen en wanneer? Wanneer hebben we het goed gedaan? Is er vooraf goed nagedacht over het belang dat management en de raad hechten aan goed monitoren? Zijn er gezamenlijke indicatoren benoemd, zowel kwantitatief als kwalitatief? Veel vragen die voorafgaand aan het proces beantwoord moeten worden om te kunnen komen tot het duurzaam inrichten en ontwikkelen van organisaties.

Zorgen voor meer duurzaamheid

Bij duurzame organisatie-ontwikkeling is er duidelijkheid over wat we willen, waarom we dit willen, hoe we dit doen en welke zaken we vastleggen. Het gaat om de manier waarop doelstellingen bereikt worden, hoe we daar uitvoering aan geven en hoe we dit vervolgens meetbaar maken. Dat lijkt misschien vanzelfsprekend, maar juist bij de toegang tot het sociaal domein, waar integraliteit noodzakelijk is, blijkt dat de alledaagse praktijk weerbarstiger is dan de papieren werkelijkheid. Het gaat verder dan samenwerken, het gaat om verandering en cultuur.

Hoe zorgt u ervoor dat alle medewerkers dezelfde taal spreken? Participatie spreekt een andere taal dan Wmo. Medewerkers vanuit de geïndiceerde zorg kijken anders naar een vraagstuk dan onze partners in de collectieve preventie. Het complexe bij het vraagstuk rondom de toegang is dat er veel actoren vanuit verschillende disciplines betrokken zijn. De verbinding en het samenspel van deze actoren zijn de basis voor bewustwording van de verandering. Zowel het perspectief van medewerkers, de maatschappelijke partners als het perspectief van inwoners zijn van cruciaal belang voor een duurzame doorontwikkeling of veranderopgave.

Zorg er dus voor dat u alle betrokkenen daadwerkelijk betrekt, van start tot finish. Hiermee investeert u in gezamenlijke bewustwording, afhankelijkheden en borging van resultaten die er toe doen. Zo zien we de bedoeling uit beleidsplannen terug in een goed toegeruste uitvoering!

Dit artikel is gepubliceerd in het NCOD magazine – sociaal domein.

Onze artikelen automatisch in de mailbox ontvangen? Neem hier een abonnement op onze nieuwsbrief